Belasting over uw vermogen

Wat is de nieuwe spaartaks vanaf 2022?

De staatssecretaris van Financiën heeft een voorstel gedaan om de wijze waarop vermogen wordt belast vanaf 2022 structureel anders te doen. Hoe het nu is, leest u hier. 

Het gaat om uw werkelijke situatie.

Nu is het zo dat het totaal van uw bezittingen en vermogen op één hoop wordt gegooid. Eventuele schulden gaan daarvan af. Het totaal wordt dan fictief verdeeld als spaargeld of belegging. Hoe hoger het vermogen, hoe hoger het deel als belegging wordt gezien. Los van de werkelijke situatie.

In het voorstel gaat men uit van heffen over de aparte delen die iemand feitelijk heeft. Dus uw spaargeld wordt als spaargeld belast, beleggingen en bezittingen als beleggingen en bezittingen, en schulden als schulden. Voor spaargeld geldt een tarief van 0,09%, voor beleggingen en bezittingen 5,3% en voor schulden -3,0%.

De ondergrens

In het huidige stelsel moet je belasting betalen over iedere euro die boven het heffingvrij vermogen uitgaat. Voor 2019 is deze ‘vrijstelling’ € 30.360 per belastingplichtige. Fiscale partners hebben dus een heffingsvrij vermogen van € 70.720.

In het nieuwe systeem wordt eerst gekeken hoeveel vermogen(vóór aftrek van schulden) u hebt. Is dat minder dan € 30.846, dan betaalt u geen belasting.

Komt u vermogen boven de grens uit, dan wordt het verschil belast op basis van de hiervoor weergegeven verdeling en percentages. Nieuw is dat de eerste € 400 van de uitkomst buiten beschouwing blijft. Dat betekent dat bij een uitkomst onder € 400 geen belasting betaald hoeft te worden.

Flexibele grens

In het voorstel stelde de staatssecretaris dat spaargeld onder € 440.000 in het nieuwe systeem niet meer worden belast. Dat is niet helemaal het geval.

Voor de berekening voor spaarders stelt het Ministerie van Financiën elk jaar de gemiddelde spaarrente vast. In het voorstel gaat men nu uit van 0,09%.

Een heffingvrij inkomen van € 400 betekent bij dit tarief dat spaarders naast de algemene vrijstelling van € 30.846 een extra ‘vrijstelling’ van € 444.444 euro hebben.

€ 400 gedeeld door 0,09% = € 444.444. Daar komt de € 440.000 van de staatssecretaris vandaan.

De renteontwikkeling is een dalende. Dat zal dan ook gevolgen hebben voor het tarief. Een rentedaling naar 0,05% betekent dat de extra ‘vrijstelling’ oploopt tot € 800.000.

Andersom werkt het net zo natuurlijk. Als de rente stijgt, zal bij deze berekeningssystematiek de extra ‘vrijstelling’ (fors) dalen. Een rentepercentage van 0,5 betekent een daling naar € 80.000.

Voorbeeld

U bent alleenstaand en hebt totaal € 230.846 op uw spaarrekening staan. U hebt geen beleggingen en/of bezittingen zoals een tweede huis. Het spaargeld komt boven de vaste grens van € 30.846 uit. Het verschil is € 200.000. Dat verschil wordt belast met 0,09%.

Dat is een bedrag van € 180. Dat is minder dan € 400; u betaalt geen inkomstenbelasting over uw spaargeld!

Om te vergelijken: in de huidige situatie zou u € 2.136 inkomstenbelasting moeten betalen over uw vermogen.

Is dit niet het juiste antwoord?

Of wilt u liever persoonlijk advies?
Bel de Raad & Daad Advieslijn!
(0348) 46 66 88
raadendaad@anbo.nl